jueves, febrero 23, 2006

La peninsula de Azuero - Pedasi

Op naar Azuero en meer bepaald Las Tablas (als tussenstop) en Pedasi. Slaperige dorpjes met een relakst sfeertje... hier krijgen we Panama voor het eerst echt te voelen.


De mannen lopen hier rond als in B-films met een centraal Amerikaanse setting. Strooien hoed met omgeplooide flap, wit hemdje dat wat open hangt en een fijn getrimd snorretje op de bovenlip. Iedereen lacht, iedereen zegt goeiedag en steekt daar nog zijn hand bij op ook, iedereen is ontspannen en doet wat hij/zij doet op het gemakje. Hier hangt iets 'goeds' in de lucht dat niet te vatten is. Zoals "het zuiden" goed is voor reuma, zo is Azuero goed voor het humeur. Eigenlijk zou iedereen hier wat van moeten proeven... het vriendelijkheidsprincipe. Dat werkt!

Na een nachtje Las Tablas belanden we in Pedasi. Nog relakster en 'laid backer' en het duurt geen tien minuten of we hebben al ne kameraad in het lokale restaurant: Cosme. Nog tien minuten later hebben we al een Lancha (boot) geregeld om de volgende dag naar Isla Iguana te gaan (Cosme's broer, Terry, is kapitein van dienst). Nog tien minuten later verorberen we onze eerste vis en Panama biertjes voor 7 dollar. Ah this is going goooood. Nog ff naar Playa El Torro om de dag te laten wegglijden.

Ik heb me altijd afgevraagd hoe het moet voelen als er in een Western een indiaan of ne cowboy van zijn paard geflikkerd wordt, met zijne voet in de beugel blijft hangen en dan voortgesleurd wordt door zijn paard. Hoe lang houden die kleren en die huid dat uit voor hij helemaal en traag weggeschuurd wordt?

Op de weg terug van het strand mogen we bij wat locals mee in de pick-up kruipen wat ons een half uurtje wandelen bespaart... fijn. Met het haar in de wind en Natalie aftekenend tegen de zonsondergang cruisen we over een zandweg terug naar het dorp... als plots de 'baar' waartegen ik leun, achteraan de pick-up, openvliegt en ik er in volle vaart uitgeflikkerd word. Ik kan nog net de zij-railing vastgrijpen en voorkomen dat ik er echt uitval... met een been in de laadbak maar mijn ander been eruit en achterover geslagen beland ik steunend met mijn linkervoet, geschoeid met een bescheiden teenslipperke, op de zandweg. Ik ben verdomme gewoon aan het waterskien zonder skis en zonder water op ne weg vol stenen achter ne pick-up in volle vaart... STOP, STOP, STOP... PARA, MIERDA! Het duurt ff voor de chauffeur door heeft wat er gaande is en stopt. Ik vraag mij ondertussen af wat het is dat ik te zien ga krijgen wanneer ik mijn been terug binnenhaal (en eindelijk een antwoord op mijn Western-vraag). Maar mirakel, mirakel... het valt allemaal mee... enkel mijn dikke teen ziet er gehavend uit en met het ijs uit onze companen hunne frigobox kan ik direct mijne voet onder handen nemen. Ik voel niks want de druk heeft mijne voet zo'n beetje verdoofd. Ik ben content...en Natalie ook :)

Om dit lang verhaal kort te maken en bezorgde ouders gerust te stellen... ik heb 'em goed verzorgd en hij is na twee daagjes ook nog eens vakkundig schoongemaakt door een verpleegster voor 1 dollar. Mijn Charlie Chaplin-loopje is er alweer uit en mijn sletsje werkt nog steeds. Kortom, all is well en much ado about nothing already.

De volgende dag gaan we (hinkend) met Terry (met Franse R hier, grappig) zijn lancha naar Isla Iguana (45 dollar)... een onbewoond en ongerept eiland met witte zandstranden omringd door koraalrif. 's Morgens nog even snorkels gaan kopen bij een geflipte slaapwandelende Amerikaan die helemaal in het Panamese ritme zit. De duikbrillen krijgen van hem een beurt met tandpasta alvorens het gebruik. (2 dagen later diezelfde Amerikaan even slaperig: "Hey, did I tell you guys you should rub them glasses with toothpaste?")
Heel de dag hebben we het eiland zowat voor ons alleen, snorkelen we tussen de meest geflipte vissen, spotten we iguanas en doen we niks. Tijdens een snorkelbeurt merkt Natalie plots een schildpad op. Geweldig, samen met de schildpad een eindje zwemmen, zoooo rustig, zoooo wonderlijk. Aaaaaaaaaah. Ultiem genieten!


Later op de dag krijgt Natalie haar deel van ongemak te verwerken... door het vele snorkelen en ondanks het herhaaldelijk insmeren ziet zij er nu uit als "tha human lobsta". En tis bad! Gezien mijne voet en Natalie hare buik, rug en billen besluiten we dus ons verblijf in Pedasi maar te verlengen met een dagje of twee. Een dag geheel in de kamer met natte handdoekjes gedrapeerd over de billetjes en een voet gesteund door een kussentje.


De volgende dag in de schaduw van het strand van El Torro (ff ne deja-vu op de zandweg) alwaar we bij Peter, ne hier voor een maand met zijn hangmat gestrande New-Yorker, belanden. Later op de namiddag arriveren er twee Panamezen... Boris en Orlando... er wordt geluld, er wordt gelachen, er wordt straffe koffie gezet... er wordt alweer genoten. Damn die mensen hier zijn te fijn... een ideale woonplaats dit schiereiland. Doet een mens -alweer- nadenken.

Na vier dagen Pedasi, tijd om nog wat verder af te dalen... Isla Canas... een van toerisme gespaard eiland waar zeeschildpadden hun eieren komen leggen.

miércoles, febrero 22, 2006

Ciudad de Panama

Lima was een snelle 'city-hop' tussendoor, even terug gepasseerd bij oude bekenden, Luis en Gladys, en goed gegeten...milanezas de pollo die zo groot zijn als een normaal bord. Hmmmm. Zondag de 12e om 3 uur 's nachts eruit en naar de luchthaven... eerst een vlucht naar Bogota, Colombia en vandaar naar...

Ciudad de Panama. Door zijn ligging altijd een stad van groot economisch belang geweest. Vanaf de koloniale tijd als haven om het in Latijns-Amerika vergaarde goud naar Spanje te verschepen (een magneet voor legendarische piraten als Francis Drake en Henry Morgan), in de 20e eeuw en nu nog steeds als doorvoerkanaal... het Panamakanaal... u know (aanvankelijk gebouwd door Fransen en later Amerikanen, met behulp van massaal stervende chinezen en zwarten van de West-Indies). Geen wonder dus dat Panama City een smeltkroes is van culturen... een echte metropool.

"No entiendes, es desorganisado aca" kregen we te horen in de taxi van de luchthaven naar ons hostalletje op het 3e verdiep in een flatgebouw. Met adres en naam van het hotel en een kaartje dat de ligging aanduide, kunt ge in een taxi dus niks doen. 'Landmarks' moeten ze hebben. Iedere straat heeft minstens twee straatnamen en de stad is verdeeld in barrios of zonas. Wat als gevolg heeft dat NIEMAND hier weet wat waar ligt. Zo hebben we ook met een taxi op een blok van het hotel gestaan -zelf doorhebbend waar we waren- met een taxichauffeur die beweerde dat we ergens anders moesten zijn... begon die kerel aan iedereen in de buurt te vragen waar dat was. Ik dacht, dan haal ik maar een kaart boven en toon ik het die mannen zelf... bleek dat die zelf nog niet eens konden aanduiden waar ze ergens waren in Panama. Crrrrrrrrrrrrazy!

Los daarvan is er het probleem van "nutteloze informatie verschaffen om niet toe te geven dat ge het eigenlijk niet weet". Een voorbeeld. We wilden maandag naar Isla Taboga gaan, een eiland voor de kust van de stad. In het hotel wisten ze te zeggen dat er boten om half 8 vertrekken. Op de site stond echter dat er 's maandags geen boten waren. Dan maar dinsdag gaan... nog ff checken voor de zekerheid bij de IPAT (touristen info). Yep, yep dinsdag boten om half 8 en half 3. Wij dinsdag dus naar de pier, taxirit van een half uur. Taxista zet ons af aan de verkeerde pier... half uur wandelen tot aan de andere pier om daar te weten te komen dat er dinsdag namiddag geen boten zijn... ah neen, toch ni dinsdag namiddag! Gisteren was er wel een boot in de namidag, maandag moet ge komen. FUCK! 3 uur en 10 dollar lichter staan we terug in het hotel om onze bagage op te pikken en Ciudad de Panama een ongemeend vaarwel te zeggen. Op naar de busterminal en we zien wel... weg van hier.

Hebben we hier dan niks gedaan? Oh jawel, in Casco Viejo (het verloederde oude centrum van Panama) rondgeslenterd... werelderfgoed in verval. Alhoewel er pogingen zijn om dit deel te restaureren met het oog op toerisme. En dat ten koste van de vele armen die er meestal illegaal wonen. Geen wonder dat ze u hier dus niet al te graag zien aankomen. Alhoewel, er zijn altijd wel een paar relakste vriendelijke open mensen te vinden... een eerste glimps van het echte Panama.

Later langs het kanaal tot aan de Pipeline Road getuft met de bus. Een Nationaal Park vlakbij de stad alwaar de hoogste diversiteit aan vogelsoorten te vinden is. Veel hebben we er echter niet gezien maar wel een paar neusapen (als die bestaan tenminste, zoniet hebben wij ze dus zopas ontdekt en dopen we ze MONO NATALIVIUS) en jonge tapirs. Aan de pipeline road zelf geraken was trouwens ook een probleem want natuurlijk had de buschauffeur, die er iedere dag langskomt, er nog nooit van gehoord. Teruggeraken was dan weer een ander paar mouwen: "Hay buses cada hora hasta las 10"... no fucking way dus. Twee uur gewacht in het donker op een bus terug om dan gelukkig met een minibusje, dat zo vriendelijk was even te checken wat we daar nog stonden te doen, terug tot de stad te geraken.

Ahora entendemos, ES desorganisada aca! (voor de slechte verstaanders: "We hebben het door, het IS hier gedesorganiseerd")

lunes, febrero 13, 2006

Exit Peru - enter Panama

Nog ff snel... we zijn ondertussen veilig in Panama geland! In Peru hebben we nog een moordende busrit overleefd. 24uur pure hel... huilende babies, overstromingen, rotsen op de weg, in de modder vastzittende vrachtwagens, kapotte airco, skippende DVD-speler, fucking luide alsmaar repeterende Cumbia,enz. Maar daarover later meer.

Panama City gaan we nu nog even ontvluchten door ons terug te trekken op een eiland zo'n 20km voor de kust. Even wat uitrusten en nadenken over een mogelijk reisplan... op een wit strand met een cocktail in de hand uiteraard. ;)

sábado, febrero 11, 2006

Machu Picchu

Aangezien dé Inca Trail in februari gesloten is en de Choro Trail er ook een was, hebben we besloten om een alternatieve 3-daagse route te ondernemen. Jhon ("no, not John") onze gids, zou ons meenemen naar Santa Teresa, een dorpje dat verder ligt als Machu Picchu (=MP), om vandaaruit zo'n 10km te wandelen naar MP. Op het gemakje.

Dit is de route die veel Peruanen volgen omdat ze het dure treinticket (het enige vervoermiddel dat in de buurt van MP geraakt) rechtstreeks naar Aguas Calientes (MP pueblo) niet kunnen betalen. New Skool! :)

De eerste dag was het een en al busrit dat de klok luidde (aangenaam vol uiteraard). Van de middag tot de avond door fantasties landschap. Van het hoge Cusco met helgroene weiden tot de overdadig begroeide flanken van de voor-Selva in Santa-Maria. Als ze denken dat de weg van La Paz tot Coroico de gevaarlijkste is... hmmmm, er is concurrentie.

In Santa-Maria hebben we snel (lekker en voor niks) gegeten in een of ander keetje en vervolgens alweer een micro (-busje) ingekropen met wat locals om nog tot Santa-Teresa te rijden. Het was ondertussen al pikkedonker... maar goed misschien, want de lichtjes van Santa-Maria leken zich in hoogte duizelingwekkend ver te verwijderen. Op een bepaald punt moesten we, omdat de haarspeldbocht te scherp was, een beetje doorrijden, 360 gr draaien, terug rijden en zo verder omhoog. Een geluk dat de chauffeur ne rustige en nuchtere (letterlijk) mens was. Uiteindelijk veilig en wel in Santa Teresa de nacht doorgebracht in alojamiento basico.

Dag 2 supervroeg eruit, ontbijt en hoppa, actie! We zijn nog niet weg of we moeten al een kolkende rivier over dmv zo'n katrolbrugje. Zittend op een slede erover roetsjen dus. Beestig... Enkele kms verder springen we achterop een camion om ons met de kop in de wind wat verder te laten voeren. Weeral beestig. :) Tot de weg versperd wordt door een vrachtwagen die vuilnis staat uit te laden in een treinwagon. Vandaar dan maar te voet over het spoor door het groene dal tot aan Machu Pichu. We wandelen helemaal om de berg heen, af en toe al een glimps van MP opvangend, om uiteindelijk aan een lange klim te komen die ons recht naar de ingang leidt. Hell, Dios mío. Moordende klim, blij dat we die Inca Trail niet hebben moeten doen én blij dat het weer aan onze kant staat!

MP ligt nu aan onze voeten, een Inka ruine die, nooit door de Spanjolen ontdekt, nagenoeg intact 500 jaar overwoekering door jungle heeft overleefd. Gelegen op 2400m, tactisch omgeven door dalen langs alle kanten gevormd door de Urubamba of Vilcanota (rivier). In-druk-wekkend! Enorme terrassen die soms, de verbeelding tartend, steil gelegen zijn. Een volledige woonwijk, tempels in Inca Imperial-stijl, groene plazas... het enige wat ontbreekt zijn de strooien daken en de Inkas zelf. Ongelooflijk wat die mensen op zo'n plaats realiseerden.

Hier hangen we uren rond, begeleid en onbegeleid, rondlopend en relaksend... BEESTIG! Tot slot ondernemen we nog een wandeling naar een van de toegangswegen... el puente Inca (brug) die tegen een werkelijk verticale wand geconstrueerd is. Kan nog altijd niet geloven hoe ze die daar tegenaan gebouwd hebben.

Uiteindelijk, na de afdaling en nog wat kms, belanden we in Aguas Calientes... moe maar voldaan schrokken we een hele menu naar binnen. Op afraden van Geert, toch maar naar de thermale baden gegaan... even wat geluld met bijna-handtastelijke Peruaanse boekhouders in wording (interessant!) en goed geslapen.

Dag 3, exit MP, exit Aguas Calientes, exit avontuur... alhoewel... Blijkt (om 5u des morgends) dat Jhon geen treinticketten heeft gekocht en dat we mogen liegen dat het groen ziet, met dollars zwaaiend, om hier weg te geraken. "Pero tenemos que estar en Cusco en la tarde porque tenemos un vuelo a Lima, y si no cojemos este vuelo, no podemos cojer nuestro vuelo a Europa esta misma noche tampoco... déjenos subir, por favor, señora!"

Soit, we zijn er geraakt... trein, taxi, bus, taxi... Cusco una vez mas!

Cusco

Cusco, Cusco, Cusco... waar beginnen en waar eindigen? Wel, Cusco is een prachtige stad... een kolionale stad gebouwd op de grondvesten van wat ooit dé Inca-hoofdstad Qosco was. De Spanjolen hebben het daar natuurlijk weer mooi geflikt... tempels werden vakkundig leeggeroofd, Incas vermoord en gebouwen afgebroken om er nieuwe "eigen" kerken weer bovenop te zetten. Notabene met dezelfde bouwstenen die de Incas ervoor zo vakkundig hadden geprepareerd dat ze er in Europa alleen maar van konden kwijlen... misschien was het dat wel gewoon?


Soit, het werd zo stilaan tijd dat we nog eens "neerstreken", even wat verschillende dagen op dezelfde plaats blijven. Om nog wat beter "te minglen with tha people" hebben we besloten hier wat privé lessen Spaans te volgen aan de plazoleta San Blas... 2 uurtjes en half per dag voor zo'n 5 dagen. Lo que significa que ahora podemos hablar de manera que seamos Latino Americanos. Hmmmm, toch niet echt vrezen we... er zullen nog uren gesprekken moeten volgen vooraleer wij er écht inzitten. Bescheiden weliswaar.

Na wat zoeken hebben we aan San Blas ook een zalig hostalletje gevonden (Sumaq T'ikaq) gerund door een superlief vrouwtje (zo een van het type mama Rita, "natuurgewijs" bedoelen we), vergezeld van een hondje met compensatiedrang (zo een van het type "You lookin' at me?"). Zo kreeg ik prompt een verse Aloë (Vera, de cactus) in mijn mond om mijn lip te verzorgen... was er nmlk. in geslaagd 4 keer op dezelfde plaats in mijn lip te bijten.

Cusco is tevens omgeven door een overvloed aan Inca ruines, gelegen in de Valle Sagrado (De heilige vallei) eveneens vakkundig aangepakt door de Spanjolen. Zo is er op 20 mintjes wandelen van het centrum Saqsayhuaman (ofte "Sexy woman"), een ruine in drie lagen, met muren opgebouwd uit enorme stenen in "Inca Imperial"-stijl. Inca Imperial wil zoveel zeggen als bewerkte stenen zódat ze zonder voegsel perfect op elkaar aansluiten als ware het een puzzel uit een doosje. Alleen dan dat daar mega-tonners tussenzitten. Het straffe eraan is dat al die muren een kleine inclinatie hebben zodat ze (in combi met die puzzelpassing) beter bestand zijn tegen aardbevingen als de huizen die je nu overal tegenkomt. Ain't that something!

Een nachtje hebben we ons teruggetrokken in Pisac (een uurtje rijden van Cusco met meer dan 50 man in een half-grote bus, er kon écht niemand meer bij tot spijt van de chauffeur)... een van de vele dorpjes in de omstreken. Pisac is een marktstadje waar de mensen nog ruilen in plaats van verkopen. Wat niet wil zeggen dat de kraampjes met toeristische memorabilia stevig vertegenwoordigd waren. En natuurlijk ligt er, hoog boven Pisac, een ruine met enorme terrassen...

Op de terugweg van Pisac naar Cusco hebben we ons halverwege de busrit laten afzetten om de rest te voet te doen door het 'hoge' land en zo nog andere ruines als Tambo Machay, Puka Pukara en Q'enko te doen. Das zo te gek hier... ge kruipt -waar ge wilt- voor een appel en en ei op een volgepropte bus en laat u ook weer -waar ge wilt- afzetten... hoe gemakkelijk kan het zijn... die toeristische bureaukes die moeten nog al centen op zak steken!

Zo zijn we dus wel naar Machu Pichu gegaan... voor 100 dollar, terwijl gaandeweg bleek dat de busritten van de eerste dag ons eigenlijk slechts 18 sol of zoiets kosten... zo'n 180 beffers. Maar goed, het was me de moeite waard...

martes, febrero 07, 2006

Puno, Uros, Amantaní y Taquile

Van Copa naar Puno, ondertussen de grens gepasseerd, dus terug in Peru. Puno (ook gelegen aan el Lago Titicaca) heeft niet de koloniale uitstraling zoals vele Peruaanse steden maar is wel de hoofdstad van la fiesta de Candelaria, de uitvalsbasis voor de Uros Eilanden, Manataní en Taquile én een bron van goedkope cocktails (damn dat gaat afkicken worden in België). Wij weer content dus :)
Alhoewel we La fiesta de Candelaria hier niet zullen meemaken, we gaan net ervoor naar Cusco, zien we wel enkele groepen oefenen op straat... te gekke dansen met veel sprongen... doet een beetje denken aan Maori op Nieuw-Zeeland. Damn, dat moet er geflipt uitzien in volledig kostuum. Ze hebben hier van die overdreven geörnamenteerde drakenmaskers.

De Uros-eilanden zijn verankerde, drijvende konstrukties van stro. De Uros zelf, zijn een volk dat ooit voor de Incas op de vlucht is gegaan... en waar beter dan drijvend op een hoop stro in het Titicaca-meer? Ze leven van visvangst en eten hetzelfde stro dat ze gebruiken voor hun eiland en zowat alles wat er op staat eigenlijk.

Aan boord van een toeristische schuit, volgeladen met engelstalige reisgids-lezers (beetje zoals
Neil zijn Palenque-verhaal en eigenlijk net zoals wij - afgezien van het "engelstalig" dan) passeren we enkele van deze eilanden. Die die aangepast zijn aan volgeladen toerisische schuiten namelijk. Het lijkt hier wel het Peruaanse Disneyland. Maar tis te begrijpen... tis eigenlijk om de overgebleven Uros een beetje af te schermen van het toerisme. De essentie van deze hele trip is eigenlijk dat we drie totaal verschillende culturen op drie verschillende eilanden (Uros, Mantaní en Taquile - waarvan de laatste twee echte eilanden zijn) bezoeken. De socio-diversiteit van Titicaca zeg maar.

In de namiddag worden we afgezet op Amantaní... hier worden we ontvangen door Fortunata (de rest van de groep zijn we tijdelijk kwijt) bij wie we onderdak krijgen voor de komende nacht. We kruipen samen de keuken in, een apart zwart geblakerd hutje met old-skool keramieken vuurtje, en beginnen pattaten te jassen voor onze eigen "Sopa de Quinoa" (en zo hebben we er al veel achter de kiezen - quinoa is hier even essentieel als rijst en rijst is hier ESSENTIEEL, geloof ons!).
Onze "Rough Guide" beweerde dat je op aarde niet dichter bij de hemel kan geraken als op dit eiland... en verdemme, het lijkt dat onze gids gelijk heeft. De vrouwen hier zien er uit als nonnetjes met hun Chucos, prachtig geborduurde unieke zwarte sjaals. Iedereen lijkt iedereen te kennen. In het ene dorpje cultiveren ze papas, in het andere maíz, in nog een ander quinoa ... en dat delen ze vredig met elkaar. Iedereen, zelfs de meest badass door hip-hop geïnfecteerde pubers halen hun meest oprechte "buenas tardes" boven wanneer je ze passeert. Nooit gezien of meegemaakt! Dit moet de meest vriendelijke plaats ter wereld zijn.

's Avonds laten we ons, beetje tegen onze zin, meesleuren naar een fiesta ingericht voor las turistas. Compleet in traditionele kledij grijpt onze Fortunata ons keer op keer bij beide handen om een soort van wiggel-waggel, van-links-naar-rechts-dans uit te voeren, vervolgens pirouettes te draaien, in cirkeltjes rond te hossen en ultiem hevig aan elkaar trekkend het tempo op te voeren tot kermistoestelachtige snelheden. Damn, onze 40-jarige gastvrouw kan er wat van op 4000m hoogte... dit vergt wat van een mens. Allez, al bij al hebben we goed gelachen dus :) onze toeristische vooroordelen overwonnen.

Met spijt nemen we de volgende dag afscheid van deze wonderlieve vrouw. We slagen erin de Chuco af te kopen die Natalie de avond ervoor sierde. Te gek, want das echt een ongeloofijk mooi familiaal stuk dat alleen hier op dit eiland te vinden is. ¡Gracias Fortunata!
Op naar Taquile... yet another island met zijn eigen klederdracht en gewoontes. Hier is de hoofdactiviteit gericht op textiel. Iedreen, en dan bedoelen we iedereen, loopt hier rond met een of ander breiwerkje dat ie op automatische piloot aan het afwerken is. Mannen en vrouwen, elk hun eigen techniek.
Natalie vergeet bij aankomst haar Chileense zonnebril tijdens een urinaire pauze, wat maakt dat wij Belgas de spreekwoordelijke berga (lul) zijn... even het eiland op en af lopen... om tot slot nog een heerlijke pejerey (vis) te verorberen. Hmmmmm, terug de boot op naar Puno, wat wil zeggen dat we weldra weer een bus moeten pakken. Een bus naar Cusco, de oude Inca-hoofdstad. Daar gaan we het wat rustiger aan doen en wat langer verblijven. Laat maar komen!

PS - tis niet de eerste, maar wel de eerste Nederlandse Australiër van 58 die we 'alleen' en met een rugzak tegenkomen... even om de ouders nog wat te stimuleren: Max Hendricks.

Copacabana y Isla del Sol

Iets dichter terug naar Peru gegaan... Copacabana aan El Lago Titicaca. Volgens de Bolivianen ligt het "Titi" deel, van dit hoogst bevaarbare meer ter wereld (3800m), in Bolivië en het "Caca" deel in Peru. Daar zullen ze over de grens wel anders over denken.


Vanuit ons hotel hebben we zicht over Copacabana tot aan het meer... beestig. Ze hebben hier trouwens de beste en goedkoopste Trucha al Ajo (forel met look) ter wereld. Copacabana is, buiten een relakst beachtowntje, zowat het religieus centrum van Bolivia omdat ze hier de "virgen de -jawel- Copacabana" hebben staan. Een tactische zet van de Spanjolen om het volk dat op de eilanden leeft, en zo hun eigen sterke geloofsovertuigingen 'hadden', wat extra motivatie tot bekering te verschaffen. Al bij al een klein virgenitatje, maar naar 't schijnt gaan ze hier (net als wij vertrekken) feesten dat het niet meer normaal is.

We zijn hier eigenlijk om naar Isla del Sol te gaan... het eiland waaruit volgens de Incas de zon geboren is. Na een naate ochtendlijke boottocht zetten we voet aan wal in het zuidelijke Yumani voor 2 nachten op Isla del Sol. Zaaaaaaalig. In de voormiddag blijkt het hier steevast te regenen om op de middag om te slaan en om te toveren tot hete, zwoele zomerdagen. De eerste dag blijven we gewoon wat rondhangen id buurt van Yumani, genieten we van de panoramas, de rust, de babbels met minderjarigen comercantjes die langs de paden zitten... gewoon relaksen dus.

Wat een verschil met "thuis"... hier werken kinderen van 10 en 4 jaar de hele dag zelfstandig. Vertrekken 's morgens en geraken 's avonds zelfstandig wel weer thuis. Niks waar de ouders zich zorgen over maken. Soms zie je ineens enkele kolossen van stieren passeren en dan loopt daar helemaal alleen ne kleine van 5 met een stokske achteraan. Hele kudden schapen, bussels hout, souvenirs... de klein mannen doen hier net zoals de grote mensen, alleen spelen ze tussendoor wat meer. Super vrij en niet zo afgeschermd... ik denk dat ze hier niet snel ene zullen hebben met ADHD.

Dag 2 trekken we op het gemakje van het zuiden tot aan het noorden van het eiland (zo'n 10km), passerend langs dorpjes en baaien. Hmmmmm, hier ligt wel een baaitje waar we ons een eigen stulpje kunnen inbeelden. In Challa'pampa zoeken we een hostalletje en trekken we verder tot de Inca ruines van Chinkana. Tis een een al relaksen hier. Wat wandelen, wat zitten en rondkijken, een vers geitekaasje aansnijden, een buñuelo binnenwerken... damn, zo zou het leven constant moeten zijn. Natuurlijk werken de mensen hier keihard. Overal zie je oude Inca terrassen die tot op heden maximaal benut worden. De mensen (Aymara) hebben hier, dankzij het eilandleven, zo min of meer hun traditionele levenswijze kunnen behouden.

Dag 3 is het al weer vroeg terug naar Copacabana alwaar het relaksen zo stilaan ongekende hoogtepunten bereikt. Aaaaaah.