La Paz, la ciudad
La Paz, gelegen op zo'n 3600m hoogte, is organisch uitgegroeid tegen de omliggende flanken. Het was onze uitvalsbasis voor de MTB-trip naar Coroico en de 3 dagen durende Choro Trek waarover je hieronder meer kan lezen.Afgezien van het kleine koloniale centrum zijn de trekpleisters van La Paz de zuidelijke Aymara wijken. Superlevendig met overal marktjes. La Paz lijkt in feite wel één grote markt waar je alles kan krijgen. Behalve dan slippers in maat 46...
Vlakbij ons hotelletje had je de Mercado Hechiceria (de heksenmarkt) waar je llama foetussen, jaguars, kikkers met ingelegde gouden ogen, parfums met de welluidende namen "7 macho´s" en "steaming nights", wierook "atrai dinhero", en zoveel meer kan krijgen.
Een ander spektaculair punt is natuurlijk het verkeer... hier, nog meer dan elders, rijden ze als kiekens zonder kop en zijn ze er van overtuigd dat voetgangers een ondergeschikt ras aan de vier- of meerwielers zijn. Er wordt simpelweg naar je geklaksonneerd en verondersteld dat je aan de kant zal springen... if not... pech.
El Choro Trek (La Paz)
Na onze regenachtige steden-trip en de Death Road was onze honger nog niet gestild. Deze keer werd het de Choro trek. Een zware trek, zo beloofde de brochure, en verdemme, de brochure had gelijk. Zo´n 58km, startend op een bergtop, afdalend door tropisch woud geteisterd door de zware regenval. 18km afzien per dag, zo zou snel blijken...
Wederom starten we aan La Cumbre, deze keer op 4900m in de sneeuw op een 500 jaar oud Inca pad... fantasties gewoon! Beladen voor drie dagen, vergezeld van Victor onze zeeeeer sympathieke en stoïcijnse gids (T-71994296 voor wie 'em rechtstreeks wil bereiken). Afdalen mag dan gemakkelijk klinken, maar na twee uur in de gietende regen op een superglad pad, waar iedere stap er een kan zijn om uit te glijden, is afdalen fucking zwaar. De spiertjes beginnen te trillen, de schoenen raken doorweekt, en waar de regen verder niet doorkomt, zorgt het zweet wel voor het omgekeerde effect.
Het lanschap verandert geleidelijk van rotsachtige pieken naar groene weiden en verder naar tropischer dichtbegroeid woud. We houden ergens halt om wat te eten... de meest eenvoudige rijstschotel (en we hebben er ondertussen al wat zien passeren) smaakt altijd super als ge u inspant.
Om 3 uur komen we aan op onze slaapplaats, een kleine dorpje van twee families, enkele hutten en een hangbrug. Zaaaaalig om de schoenen en natte kleren hier uit te doen, te relaksen, wat te eten... de natte kleren belanden uiteindelijk boven het houtvuur, met als gevolg dat we nu, een week later, nog steeds reizen gehuld in het aroma van een knetterende bosbrand.
De tweede dag is het meer van hetzelfde, alleen is het vanaf nu nog enkel tropisch woud dat we moeten doorkruisen. De regen heeft echter zijn steentje bijgedragen en op 4 plaatsen is het pad zwaar toegetakeld. Rumbes (aardverschuivingen) hebben op een plaats een bres van meer dan 10m veroorzaakt: deze enorme stilgevallen modderstroom moet gepasseerd worden... Natalie zakt kniehoog weg in de modder. Handen verdwijnen mee de modder in om steun te zoeken... kwaad zijn of plezier hebben? Het ligt hier heel dicht bij elkaar.
Maar wanneer je des avonds weer in een of andere barrake hut ligt en nadenkt over alle watervallen die je hebt overgestoken, de vergezichten die je hebt gezien, de pijn die je hebt geleden... is het weer genieten. Ons avondmaal bestaat uit een heerlijke puree met gekookt ei en ketchup en mayonaise van KRIS (gegarandeerd de enige die sauzen maakt in Bolivia). Dubbel genieten !!! Onze hut is deze keer een aanhangsel van die van twee gezinnetjes die hier afgezonderd op deze bergpas leven met een ongelooflijk zicht op de vele dalen die we doorkruisen. Adembenemend.
De derde ochtend was de start moeizaam. Eindelijk leek het erop dat dit een droge dag zou worden. Maar ondanks het mooie weer moesten we na een kwartiertje een waterval oversteken... we hadden de keus schoenen uitdoen of aanhouden en natte voeten... Fuck it, aan dan maar! En hoppa zo ging het weer zo´n 18 harde kms verder, dalen en weer klimmen. Op een voormiddag tijd hebben we die laatste trek afgelegd... om 1u arriveerden we machinaal op onze laatste stopplaats... Aaaaaaaaah! Victorie! Wat een tocht.Maar het was nog niet helemaal gedaan. Achterin een Toyota pick-up scheurden we over begaaide bergpasjes richting Coroico (zaaaaalig) om aldaar over te stappen op een minibusje dat ons alweer door de Yungas (die gevaarlijke weg, remember) terug naar La Paz zou brengen.
En ja hoor... we zijn er wederom levend geraakt. Ongelooflijk... op voorhand had ik (Lieven) zo´n schrik om deze weg te nemen dat ik koste wat kost ém zou vermijden. Door een misverstand in de gids dacht ik echter dat dit 'niet dat deel van die gevaarlijke weg was'. Dus zonder het echt te beseffen (of was dat een twist vh bewustzijn) hebben we hem drie keer afgelegd...... ALL RIGHT Y'ALL!!!
Het is raar hoe een mens kan genieten van afzien... na de regen, de natte voeten, de zware rugzak, de wegversperringen, de vermoeide spieren... het is al lang geen gevecht meer tegen de natuur, dat is sowieso een verloren zaak. Zo'n trek wordt een gevecht tegen jezelf... tegen je lichaam en tegen je geest... er komt een punt dat je als een machine voortploegt, zou er dan nog een derde iets zijn? De hersenloze machine?
the Death Road: La Paz - Coroico
Op voorhand toch wel wat schrik... de weg van La Paz naar Coroico is niet voor niets berucht. Naar het schijnt is er afgelopen week nog een bus over de rand gegaan.
De weg is op zijn meest extreme punt een verticale wand van 1 km diep waaruit een ongeasfalteerde uitsparing is gehouwd (vraag ons niet hoe). Her en der verrijkt door kleine waterlopen of watervalletjes en de occasionele rumbes (aardverschuivingkjes) waar enkele Bolivianen met beperkte middelen de schade proberen te beperken. In de gevaarlijkste bochten (je kan er geen kloten zien van welk gevaarte er aan zit te komen) wordt er waarschuwend getoet en staan er semáforos humanos (menselijke verkeerslichten). Dit zijn meestal familieleden van mensen die de bergpas niet overleefd hebben en vrijwillig hele dagen in weer en wind met groene en rode vlaggetjes zwaaien om het immer stijgende dodental, in de mate vh mogelijke, in te perken.
Al bij al valt het mee... of je deze weg overleeft hangt waarschijnlijk vooral af van de hoeveelheid alcohol die je bestuurder heeft genuttigd. Op ieder punt kan een vrachtwagen passeren (kruisen is dan weer wat moeilijker, maar ze kunnen er wat van hier) dus voor een fiets is het perfect. We vertrokken boven in La Cumbre in de koude op 4600m... eerste een uur op het asfalt afdalen om erin te komen en te merken dat de fietsen compleet kut zijn: remmen die niet werken (nochthans essentiëel hier nietwaar?), een as van een voorwiel die breekt, een derailleur die niet schakelt. All right, we hebben hier duidelijk de beste organisatie uitgekozen... NOOIT MET EL SOLARIO GAAN !!!
Soit, ervaren MTBrs als wij zijn, konden we deze probleempjes wel de baas en scheurden we door de Yungas lager en lager, dieper tropisch gebied in, richting Coroico langs de meest duizelingwekkende afgronden en uitzichten, langs en door watervallen en riviertjes. Steeds links (de kant vd afgrond) houdend om kruisende vrachtwagens te ontwijken. Waaaaaaauw wat een ervaring... bijna 70km in afstand en zo´n 4km in hoogte in 4 uur.
Bij aankomst in Coroico een lekkere warme douche en een stevig buffet... aaaaah. Buiten nog even de lokale fauna uitgetsjekt en dan weer hop de bus in voor de weg terug... dezelfde weg, maar nu met een stampvol busje. Dít is het gevaarlijkste deel van deze trip. Auto´s en vrachtwagens kruisend zijn we na vier uur uiteindelijk toch weer veilig in La Paz geraakt. Ouf.Als iemand nog plannen heeft om naar Bolivië te gaan: dit is een aanrader! :)
Belangrijk niefs !!!
Ten eerste: Fence is met Josephson genomineerd voor BESTE SONG in de ZAMU AWARDS. Het zijn de laatste dagen dat er gestemd kan worden... laat alles vallen en nu doen dus !!!Ten tweede: Moeder Natuur's wreedste creatie is de Oceaan overgestoken en zit in Centraal Amerika... check Niels uit in de Caraïben!
Sucre, Samaipata, Cochabamba
Yep, yep, yep, het is me een hele tour geweest de afgelopen week. Een tour die voornamelijk bepaald werd door het regenseizoen en het aanbod van de busmaatschappijen. De vele regenval heeft ons gedwongen in de steden te blijven, met uitzondering van Samaipata, omdat wegen gedeeltelijk beschadigd waren, parken gesloten, blablabla. Beetje klote maar goed, "beetje klote" moet er ook af en toe zijn nietwaar?
Van Potosi ging het naar Sucre, een mooie koloniale stad (en officieel de hoofdstad), maar wij waren uit op natuur... maar snel door naar Samaipata dus. Een eerste nachtelijke busrit, met bijhorende nachtelijke stops in modderpoelen alwaar kraampjes staan met allerlei waren... van fruitsapjes tot varkenspoten (en reuzekakkerlakken) bij wijze van spreken.
Samaipata was zeer fijn en zeer relaksed... een dorpje ad voet voorbij de Andes, warm klimaat, veel te doen in de omgeving maar... tonnen regen. No probs want hier voelden we ons wel op het gemak, dus veel gelezen en cocktails gedronken. 1 dag zijn we erin geslaagd om met de 4x4 naar het nabijgelegen Amboro nat. park te gaan. Een Fern Forest... varens dus. Een hele dag in de regen door het woud getrokken, best wel fijn en mooi! Eindelijk nog eens uit de bewoonde wereld.
Na Samaipata, over Santa Cruz (ochtendlijke busrit), naar Cochabamba (2e nachtelijke busrit)... de meest levendige stad van Bolivia (dixit de gids). Hier vind je immense straatmarkten waar je urenlang kan rondslenteren, compleet met obscure stalletjes met lama-foetussen en vage kruiden. Maar na enkele uren en tonnen regen hadden we het ook alweer gehad. Dan maar Ching Chong kijken (beter bekend als King Kong), amai, dat was dat dan ook weer ;) Pi, ge hebt gelijk menne man.
Licht gefrustreerd hebben we ons dan maar voorgenomen vlam naar La Paz te knallen (3e nachtelijke busrit)... en aldaar in gang te schieten. Weer of geen weer.
En guess what? Het is weer geen weer, maar de tours zijn al geboekt :) Morgen gaan we Mountainbiken en twee dagen later drie dagen de Choro trail afbeunen... een oud Inca pad dat van 4700m hoogte id sneeuw tot in diepere tropischere dalen afdaalt.
Aaaaaaaaaaaaah, back on track people!
Potosí - minas y empanadas
Het is nu alweer een dag of drie dat we Potosí achter ons hebben gelaten, maar oh ja, Potosí zit nog fris ih geheugen... owv de mijnen en de empanadas.
Potosí is de hoogst gelegen stad ter wereld met zijn 4100m. En Potosí vermeld je niet zonder de Cerro Rico... ooit de grootste zilvermijn ter wereld (uiteraard vakkundig geplunderd door de kolonialen) en nu nog steeds een ontginningsplaats van zilver, zink en andere ertsen, zijnde in veel mindere mate. De Cerro Rico torent hoog, tot over 5000m, in de horizon van Potosí.
De rijkdom van weleer weerspiegelt in de fantastiese gebouwen en kerken verspreid over het centrum (geen enkele straat loopt hier horizontaal) en plaza 10 de noviembre. Per toeval kruisten de drie koningen hier ons pad met als gevolg dat we massas traditioneel geklede mensen, overladen met bloemen, en een funky fanfare ten berde gespreid kregen.
Een dagje alles wat zitten uitchecken en La Moneda bezocht, het grootste koloniale bouwwerk (beetje opgefokte gids wel, maar soit), en een mijn-tourtje geboekt... met enige schrik wel want het kan daar behoorlijk claustrofobisch zijn. De arbeidsomstandigheden zijn naar het schijnt nog steeds die van de Middeleeuwen.
´s Morgens de bus in met enkele toeristen en gidsen... behoorlijk opgefokt sfeertje... zijn het de zenuwen?
Eerst gaat het naar de Mercado de las mineras, de mijnwerkersmarkt dus, alwaar we uitleg krijgen over de uitrusting en benodigdheden. Onmisbaar is de Alcohol van 96%, woohaaaaaa, onze Stroh Rum thuis is er niks tegen. Dit spul brandt zo door uw keel recht naar uwe maag... We kopen wat geschenken voor de mijnwerkers... bestaande uit frisdrank, Hoja de coca, en jawel een heuse kit voor doe-het-zelf terrorrisme: dynamiet, ontstekingskatalysator en lont. Gebeurt niet iedere dag dat ge daarmee fluitend rondloopt.
Op aanraden van Pedro, onze gids, beginnen Natalie en ik stevig coca te kauwen... een stukje bananengist erbij en hoppa de adrenaline komt vrij... een lichte tinteling in de mond en heel wat meer zuurstof (onbewust weliswaar). We dalen voorzichtig de mijn af in een relatief grote gang. Al snel merk je dat er overal kleinere gangen vertrekken... handen en voeten werk.
Hier beneden in de mijn is het niet God die geëerd wordt maar de Duivel zelve. Niet raar eigenlijk. In de mijn gelden andere wetten, het is er heet en stoffig, alsof je jezelf dichter naar het vagevuur werkt. Her en der kom je beelden van Duivels tegen die de mineras gunstig stemmen met sigaretten, alcohol en cocablaren in ruil voor de mineralen die ze van hem afpakken.
Wat dieper komen we een mijnwerker tegen (de enige, de rest heeft zich gisteravond te zat gezopen). We proberen even zijn werk over te nemen met beitel en hamer... RESPECT! Die kerel zit hier tot 10u lang fucking zware arbeid te leveren in de pikkedonker met een lampke op zijne kop in een stoffig klein mijngangske bij 25grC. Hij prepareert een schacht en wij voorzien hem van het dynamiet. Een doffe knal en kortstondige zware luchtdruk. Het kan vier uur duren eer het stof optrekt en hij verder kan doen...
Wij wringen ons ondertussen verder omlaag door een heel enge schacht vol stof. Inderdaad, dit is middeleeuws. Hier werken kinderen vanaf 10 jaar... omdat ze willen doen wat hun ouders en grootouders en overgrootouders voor hen deden. En ze blijven werken met de hand omdat ze het weinige werk dat hier nog is willen behouden.
Wanneer we na 2 uur terug uit de mijn komen worden we getrakteerd op een dynamietshowtje... zeer overbodig na zo´n intense ervaring.
Nrmlgzn vertrokken we zondag (de dag erna) maar een empanada van de mercado de las mineras dacht daar anders over. Het ding moet goed rot geweest zijn want de special effects van El Guappos clip door Mr Aerts waren er niks bij vergeleken. Jawel, des nachts barstten mijn darmen open, alsook mijn maag... een kots- en spuitpartij om u tegen te zeggen! Alles wat er bij inging (een watertje met een pilletje) kwam er vakkundig weer uit. Potosí was ons nog niet moe gezien blijkbaar.
Soit, enkele kilos lichter staan we ondertussen in Sucre. Het eten blijft er ondertussen weer in. De volgende bus is alweer geboekt... Sucre was een tssndoortje.
De volgende zal vanuit Samaipata zijn temidden van de tropische vegetatie en watervalletjes. Aaaaah, even een cockailtje drinken me dunkt.
Saluut!
Entre Bolivia
Niewjaar was nieuwjaar... we hebben gefeest en geshaked met Anna en Eyal (Zwitserse en Israeli) die al een tijdje elkaars pad deelden. De dag erna gerelaksed in onze hostal, nog wat nagebabbeld en afscheid genomen. Eyal heeft op ons aanraden zijn eigen blogspot opgericht... sson te vinden bij de links. Ons internationaal contacten-boekje begint zichzelf te vullen... fijn!Maandag-ochtend onze nieuwe vrienden voor de komende 3 dagen leren kennen. Raquel, Anna en David... de Spanjolen en Shuky... de Israeli. Een fijn groepje (want tourgroepjes kunnen tegenvallen, geloof ons) waarmee we drie dagen, met een aftandse maar halstarrige Toyota Land Cruiser (indeed Timbo, there is only 1) en gids Lorenzo, van San Pedro naar Uyuni trokken. Dat wil zeggen door het zuidwesten van Bolivia tot aan het grootste zoutmeer ter wereld, de Salar de Uyuni. 12.000 sq kms witte vlakte...
Onze reis begon aan de grens van Chili met Bolivia... veel grens was er echter niet te bespeuren... een klein huisje ad voet van een vulkaan met twee ambtenaren. 2 dollars over tafel, de rugzakken op de Toyota en hoppa ve zijn eweg! De regelmaat van ongelooflijke beelden en ervaringen die ons te wachten stonden, konden we ons op dat moment nog niet echt inbeelden.
La Laguna blanca en la laguna verde, al onmiddelijk twee pareltjes van leven temidden van deze harde altiplano. Ge moet u inbeelden dat we gedurende deze reis niet onder de 4000 m gaan. We zitten hier middenin de altiplano, ingesloten tss twee cordilleras van de Andes waarvan de oostelijke tot ver in Bolivia reikt. Dit is een hooooog land! Let the coca flow!
Wat later bereiken we een surrealistisch landschap... niet voor niets genaamd naar heer en meester Salvador Dali (ni letten op accenten en leestekens, want dit keyboard is f***ed up). Zand en bizarre rotsformaties gevormd door wind-erosie. Nooit gedacht dat ge dit in het echt zou zien... toch niet zo surrealistisch dus. Dinsdag passeren we nog zon stukje landschap waarvan de foto - el arbol de piedra - te zien is.
Vandaar gaat het naar onze plaats van overnachting, gelegen aan de Laguna Colorada... een bloedrood en roze gekleurde lagune met de grootste populatie flamingos te vinden op zulk een hoogte. Deze statige vogels voelen zelfs wanneer hun tijd daar is en zonderen zich af in een wit gekleurd deel van de lagune om samen hun laatste rustdag door te brengen. Bizar. In het kunstmatig dorpje waar we slapen worden we ontvangen door traditioneel geklede vrouwen (niet voor de show, want zo lopen ze hier dus allemaal rond) op Mate en een stevig avondmaal. Wat extra dekens moeten ons deze nacht warm houden... de ervaring gebiedt het ons.
Een nieuwe dag, en nieuwe lagunes... Honda en Ihonda (of zoiets). De flamingos tonen zich gewillig en de eerste banden begeven het. Al snel ook de benzine-pomp, waardoor we met de regelmaat van de klok moeten stoppen, water doorgeven, beetje demonteren, benzine laten doorsijpelen en hoppa wederom voorthobbelen. Verdemme die Toyotas vreten stenen, gelijk ons beestje over rotsen kruipt... fantasties gewoon. We worden er euforisch van. Zo euforisch zelfs dat Lorenzo, blij dat de Toyota terug full speed knalt, bijna een groep vicuñas de dierenhemel instuurt. Ouf, dat heeft bij God geen een centimeter gescheeld.
We passeren nog talrijke ongelooflijke landschappen... de Ipod staat ondertussen op... Curtis Mayfield, Apples in Stereo, Dave Brubeck... hmmm, dit is surrealistisch! We zien hier zoveel passeren dat ge het niet meer kunt vatten. Dit moet je meemaken! Tussendoor maken we kleine wandelingetjes, zetten we ons neer voor almuerzos (lunch) aan de achterkant van de Toyota en babbelen we over de dingen des levens. Zo heeft Shuky al 4 jaar legerdienst erop zitten... niet niks in Israel. Moeilijk conflict daar, moeilijk om daar nog ooit vrede te verkrijgen... scheiding lijkt hem de oplossing. En dat is helemaal niet vanuit een racistisch oogpunt... want Shuky blijkt verdemme een van de meest menslievende en hulpvaardige mensen te zijn die wij al ooit zijn tegengekomen.Dit is een van de goede dingen aan reizen... iedereen te zien als een mens zonder ballast. De vooroordelen eraf schudden. Dat is moeilijk te doen van thuis uit met wat je allemaal via het nieuws binnen krijgt. Hier kan je op kousenvoeten je vragen aansnijden en ongezouten meningen horen. Supergoed en superbelangrijk!
Soit, des avonds bereiken we de Salar de Uyuni en verblijven we in een uit zout opgetrokken hotel... tis eens iets anders. Ziedaar het eindpunt van deze reis... de Salar. Woensdag ochtend is het zover. We prepareren de Toyota met strijkgewas en plastic zeil om te voorkomen dat de motor al te veel water moet slikken. Het is immers Boliviaanse zomer, wat wil zeggen dat het water hier een halve meter diep kan staan. Dat maakt ook dat de Salar op sommige plaatsen een perfecte witte spiegel wordt... met rondomrond niks te zien... niks dan witte horizon zacht overgaand in een perfect blauwe lucht. Nog meer surrealisme?
Jazeker, middenin deze witte vlakte doemt er een eiland op... een eiland met metershoge cactussen. In het midden van het witte niets. Tja we beginnen er zowaar aan te wennen. De ongelooflijke dingen worden stilaan gelooflijk. De wereld heeft wat in petto verdemme. Vooral in Bolivia :)
Van hier trekken we verder naar een dorpje waar ze het vers ontgonnen zout verwerken met vooroorlogse machines... haast een spookstadje. Je ziet hier in het algemeen meer verlaten huizen dan bewoonde. En dat is iets dat blijkt terug te komen doorheen de Boliviaanse Altiplano. Bolivia is een land dat in de loop der tijd alleen maar tegenslag te verwerken heeft gekregen en als er een meevaller was (zilver in Potosi, Gas in de Chaco) dan is dat mooi in de handen van verre landen beland. Een tragisch maar prachtig land... een immens contrast.Et voila. Het eindpunt is bereikt... Uyuni... een stad die nog bestaat omwille van zijn verleden en zijn ligging... als er hier geen toerisme was zou er niet meer veel overschieten vrees ik. We hebben ons een super goedkoop hostalletje geboekt aan de bus terminal. Een straat waar de verschillende bussen vertrekken zeg maar. We nemen afscheid van elkaar bij een laatste cena. Morgenvroeg gaan we naar Potosi, de Cerro Rico, de grootste zilvermijn ter wereld, de hoogste stad ter wereld (4100m), een van de mooiste en best bewaarde coloniale steden in Latijns Amerika... Anna en Raquel gaan een maand vrijwilligerswerk in La Paz doen, David gaat vannacht nog naar Potosi en Shuky gaat richting Argentinia. Een nieuw hoofdstukje ontplooit zich... ze blijven elkaar goed opvolgen!